2 ซามูเอล 23 ในหลายฉบับแปล

เลือกฉบับแปลที่จะเปรียบเทียบ

เลือกฉบับแปลเพื่อเพิ่มลงในรายการ คอลัมน์จะเรียงตามลำดับในรายการ

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

ไทย

Русский

Čeština

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

Türkçe

中文

Français

Italiano

Српски / Srpski

Hrvatski

Svenska

Magyar

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Tiếng Việt

한국어

हिन्दी

Nederlands

  • Gods Boek

Русский

  • Десницкий
  • Кассиан

English

  • African International (Paraphrase, American)
  • African International (Paraphrase, British)
  • African International (Literal, American)
  • African International (Literal, British)
  • Majority Text
  • Targum Onkelos (Etheridge)
  • Text-Critical English

Українська

  • Новий Переклад

Deutsch

  • Byzantinischer Text

Polski

  • Słowo Życia

Español

  • Biblia Libre (Nuevo Testamento)

Português

  • Tradução para Tradutores

Türkçe

  • Temel Tercüme

中文

  • 易读圣经

Ἀρχαία Ἑλληνική

  • Textus Receptus
  • Patriarchal 1904
  • Solid Rock
  • Family 35
  • Text-Critical Greek

Hrvatski

  • Knjiga o Kristu

Čeština

  • Slovo na cestu

Eesti

  • Kaasaegne eesti

Magyar

  • Élet, igazság és világosság

Slovenčina

  • Nádej pre každého

Suomi

  • Elävä uutinen

Norsk bokmål

  • En Levende Bok

Íslenska

  • Lifandi Orð

Български

  • Съвременен

Bahasa Indonesia

  • Mudah Dibaca
Canisiusvertaling
23:1
Canisius Hier volgen de laatste woorden van David: Een spreuk van David, den zoon van Jesse; Een spreuk van den held, zo hoog verheven: Den gezalfde van Jakobs God, Den zanger van Israëls psalmen.
23:2
Canisius De geest van Jahweh heeft door mij gesproken, Zijn woord ligt nog op mijn tong;
23:3
Canisius Gesproken heeft de God van Jakob, Tot mij heeft Israëls Rots gezegd: “Wie rechtvaardig de mensen regeert, En heerst in de vreze des Heren;
23:4
Canisius Hij is als het morgenlicht bij het stralen der zon Op een wolkenloze morgen; Als de zonneschijn na de regen, Die het groen uit de grond doet ontluiken.”
23:5
Canisius Zo blijft mijn huis bestendig voor God, Want Hij sloot met mij een eeuwig verbond; Onder ieder opzicht vast en verzekerd Is heel mijn geluk, zijn al mijn verlangens.
23:6
Canisius Maar Belialskinderen zal Hij niet doen gedijen, Als doornen werpt men ze allen weg: Men vat ze niet met de hand,
23:7
Canisius En niemand grijpt ze vast, Tenzij met ijzer en hout, Om ze tenslotte in de vlammen te werpen.
23:8
Canisius Hier volgen de namen van Davids helden. Isj-Bósjet uit Chakmon was de aanvoerder van de Drie. Hij zwaaide zijn bijl tegen achthonderd man, die hij in één keer versloeg.
23:9
Canisius Na hem kwam Elazar, de zoon van Dodo, den Achochiet, ook een van de drie helden. Hij bevond zich met David te Pas-Dammim, toen de Filistijnen zich daar verzameld hadden voor de strijd. En toen de Israëlieten voor hen terugtrokken,
23:10
Canisius sprong hij op, en sloeg de Filistijnen, totdat zijn spieren zo stijf waren, dat hij zijn zwaard niet meer los kon laten. Die dag verleende Jahweh een grote overwinning; het volk sloot zich weer bij hem aan, maar het was toch alleen om te plunderen.
23:11
Canisius Na hem kwam Sjamma, de zoon van Aga uit Harari. Eens, toen de Filistijnen zich voor de strijd te Lechi verzameld hadden, waar een stuk land was, vol met linzen, was het volk voor de Filistijnen op de vlucht geslagen.
23:12
Canisius Maar hij ging midden op het veld staan, en wist het te behouden, door de Filistijnen te verslaan. Zo verleende Jahweh een grote overwinning.
23:13
Canisius Een andere keer daalden ze met hun drieën af, en kwamen tegen de oogst bij David in de spelonk van Adoellam, terwijl een bende Filistijnen in de vallei der Refaïeten gelegerd was.
23:14
Canisius David bevond zich toen in de bergvesting, en de Filistijnen hadden Betlehem bezet.
23:15
Canisius Toen nu David eens het verlangen te kennen gaf, of iemand hem water te drinken kon geven uit de bron bij de poort van Betlehem,
23:16
Canisius drongen de drie helden in de legerplaats van de Filistijnen, putten water uit de bron bij de poort van Betlehem, namen het mee en brachten het bij David. Maar hij wilde het niet drinken, en goot het uit voor Jahweh,
23:17
Canisius terwijl hij uitriep: Bij Jahweh; ik denk er niet aan, zo iets te doen. Dat is het bloed van de mannen, die met gevaar van hun eigen leven er op uit zijn gegaan! Daarom wilde hij het niet drinken. Zulke dingen deden de drie helden.
23:18
Canisius Abisjai, de broer van Joab en de zoon van Seroeja, was de aanvoerder van de Dertig. Hij zwaaide zijn lans tegen driehonderd man, die hij doodde.
23:19
Canisius Ongetwijfeld was hij beroemder dan de Dertig, zodat hij hun aanvoerder werd; maar tegen de Drie kon hij niet op.
23:20
Canisius Benaja, de zoon van Jehojada, was een dapper man uit Kabseël, met een rijke staat van dienst. Hij versloeg de twee zonen van Ariël uit Moab. Ook doodde hij midden in een kuil een leeuw op een dag, dat er sneeuw lag.
23:21
Canisius Verder versloeg hij een Egyptenaar, een man van ongewone afmetingen, die met een lans was gewapend; hij ging met een stok op hem af, wrong hem de lans uit de vuist en stak hem met zijn eigen lans dood.
23:22
Canisius Zulke dingen deed Benaja, de zoon van Jehojada!
23:23
Canisius Daardoor was hij beroemder dan de Dertig, maar tegen de Drie kon hij niet op. Hem stelde David over zijn lijfwacht aan.
23:24
Canisius Tot de Dertig behoorden Asaël, de broer van Joab; Elchanan, de zoon van Dodo uit Betlehem;
23:25
Canisius Sjamma uit Charod; Elika uit Charod;
23:26
Canisius Chéles uit Bet-Pélet; Ira de zoon van Ikkesj uit Tekóa;
23:27
Canisius Abiézer uit Anatot; Meboennai uit Choesja;
23:28
Canisius Salmon uit Achochi; Maharai uit Netófa;
23:29
Canisius Chéleb, de zoon van Baäna uit Netófa; Ittai, de zoon van Ribai uit Géba der Benjamieten;
23:30
Canisius Benajáhoe uit Piraton; Hiddai uit Nachale-Gáasj;
23:31
Canisius Abibáal uit Bet-Arba; Azmáwet uit Bachoerim;
23:32
Canisius Eljachba uit Sjaälbon; Jasjen uit Goen; Jehonatan;
23:33
Canisius Sjamma uit Harar; Achiam, de zoon van Sjarar, uit Harar;
23:34
Canisius Elifélet, de zoon van Achasbai, uit Bet-Maäka; Eliam, de zoon van Achitófel, uit Gilo;
23:35
Canisius Chesrai uit Karmel; Paärai uit Arbi;
23:36
Canisius Jigal, de zoon van Natan, uit Soba; Bani uit Gad;
23:37
Canisius Sélek, de Ammoniet; Nacharai uit Beërot, de wapendrager van Joab, den zoon van Seroeja;
23:38
Canisius Ira uit Jéter; Gareb uit Jéter;
23:39
Canisius Oerija de Chittiet. In het geheel waren er dus zeven en dertig.