กันดารวิถี 3 ในหลายฉบับแปล

เลือกฉบับแปลที่จะเปรียบเทียบ

เลือกฉบับแปลเพื่อเพิ่มลงในรายการ คอลัมน์จะเรียงตามลำดับในรายการ

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

ไทย

Русский

Čeština

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

Türkçe

中文

Français

Italiano

Српски / Srpski

Hrvatski

Svenska

Magyar

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Tiếng Việt

한국어

हिन्दी

Nederlands

  • Gods Boek

Русский

  • Десницкий
  • Кассиан

English

  • African International (Paraphrase, American)
  • African International (Paraphrase, British)
  • African International (Literal, American)
  • African International (Literal, British)
  • Majority Text
  • Text-Critical English

Українська

  • Новий Переклад

Deutsch

  • Byzantinischer Text

Polski

  • Słowo Życia

Español

  • Biblia Libre (Nuevo Testamento)

Português

  • Tradução para Tradutores

Türkçe

  • Temel Tercüme

中文

  • 易读圣经

Ἀρχαία Ἑλληνική

  • Textus Receptus
  • Patriarchal 1904
  • Solid Rock
  • Family 35
  • Text-Critical Greek

Hrvatski

  • Knjiga o Kristu

Čeština

  • Slovo na cestu

Eesti

  • Kaasaegne eesti

Magyar

  • Élet, igazság és világosság

Slovenčina

  • Nádej pre každého

Suomi

  • Elävä uutinen

Norsk bokmål

  • En Levende Bok

Íslenska

  • Lifandi Orð

Български

  • Съвременен

Bahasa Indonesia

  • Mudah Dibaca
Canisiusvertaling
3:1
Canisius Dit waren de nakomelingen van Aäron, toen Jahweh op de berg Sinaï tot Moses sprak.
3:2
Canisius Dit zijn de namen van de zonen van Aäron: Nadab, de eerstgeborene, Abihoe, Elazar en Itamar;
3:3
Canisius het zijn de namen van Aärons zonen, die als gezalfde priesters werden aangesteld, om de priesterlijke bediening uit te oefenen.
3:4
Canisius Nadab en Abihoe waren voor het aanschijn van Jahweh gestorven, toen zij in de woestijn van de Sinaï voor Jahweh’s aanschijn onwettig vuur offerden. En daar zij geen zonen hadden, oefenden slechts Elazar en Itamar, onder toezicht van hun vader Aäron, het priesterambt uit.
3:5
Canisius Jahweh sprak tot Moses:
3:6
Canisius Roep de stam van Levi op, en stel die ter beschikking van den priester Aäron, om hem te dienen.
3:7
Canisius Zij moeten zorgen voor wat hij en heel de gemeenschap bij de openbaringstent nodig hebben, om de dienst van de tabernakel te laten verrichten.
3:8
Canisius Zij moeten zorg dragen voor alle benodigdheden van de openbaringstent en voor wat de Israëlieten behoeven, om de dienst van de tabernakel te laten verrichten.
3:9
Canisius Gij moet de Levieten onder Aäron en zijn zonen plaatsen, ze van de Israëlieten afzonderen, en ze volkomen te hunner beschikking stellen.
3:10
Canisius Aäron en zijn zonen moet ge aanstellen, om hun priesterambt uit te oefenen; zo een onbevoegde nadert, moet hij worden gedood.
3:11
Canisius Jahweh sprak tot Moses:
3:12
Canisius Zie, Ik heb de Levieten uit de kinderen Israëls uitverkoren, in plaats van alle eerstgeborenen der Israëlieten, die de moederschoot openen. De Levieten behoren aan Mij!
3:13
Canisius Want Mij behoren de eerstgeborenen; op de dag dat Ik alle eerstgeborenen in Egypteland trof, heb Ik Mij alle eerstgeborenen in Israël toegewijd, van mens tot dier. Dus behoren ze Mij; Ik ben Jahweh!
3:14
Canisius Jahweh sprak tot Moses in de woestijn van de Sinaï:
3:15
Canisius Tel de zonen van Levi naar hun families en hun geslachten; alle personen van het mannelijk geslacht van één maand af moet ge inschrijven.
3:16
Canisius Moses schreef hen dus in, zoals het door Jahweh bevolen was.
3:17
Canisius Dit zijn de namen van de zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
3:18
Canisius Dit zijn de namen van de zonen van Gersjon naar hun geslachten: Libni en Sjimi;
3:19
Canisius van de zonen van Kehat naar hun geslachten: Amram en Jishar, Chebron en Oezziël;
3:20
Canisius van de zonen van Merari naar hun geslachten: Machli en Moesji. Dit zijn de geslachten der Levieten naar hun families.
3:21
Canisius Tot Gersjon behoorde het geslacht der Libnieten en dat der Sjimieten; dit waren de geslachten der Gersjonieten.
3:22
Canisius Het volledig aantal mannelijke personen van één maand af, die van hen werden ingeschreven, bedroeg vijf en zeventig honderd.
3:23
Canisius De geslachten der Gersjonieten waren achter de tabernakel, in het westen, gelegerd.
3:24
Canisius Het familiehoofd der Gersjonieten was Eljasaf, de zoon van Laël.
3:25
Canisius De zonen van Gersjon moesten voor de openbaringstent zorgen, voor de tabernakel, de tent, haar bedekking en het tapijt aan de ingang van de openbaringstent,
3:26
Canisius voor de gordijnen van de voorhof en het tapijt aan de ingang van de voorhof, die rond de tabernakel en het altaar ligt, en voor de touwen, met al wat daarbij te doen viel.
3:27
Canisius Tot Kehat behoorde het geslacht der Amramieten, Jisharieten, Chebronieten en Oezziëlieten; dit waren de geslachten der Kehatieten.
3:28
Canisius Het volledig aantal mannelijke personen van één maand af, bestemd voor de dienst van het heiligdom, bedroeg zes en tachtig honderd.
3:29
Canisius De geslachten der Kehatieten waren aan de ene zijde van de tabernakel gelegerd, en wel in het zuiden.
3:30
Canisius Het familiehoofd van de geslachten der Kehatieten was Elisafan, de zoon van Oezziël.
3:31
Canisius Zij moesten zorgen voor de ark, de tafel, de kandelaar, de altaren, voor alle gereedschappen van het heiligdom, nodig bij de dienst, voor het voorhangsel, en al wat daarbij te doen viel.
3:32
Canisius Het opperhoofd van de Levieten was Elazar, de zoon van den priester Aäron; hij had het toezicht over hen, die voor het heiligdom moesten zorgen.
3:33
Canisius Tot Merari behoorde het geslacht der Machlieten en dat der Moesjieten; dit waren de geslachten van Merari.
3:34
Canisius Het volledig aantal mannelijke personen van één maand af, die van hen werden ingeschreven, bedroeg twee en zestig honderd.
3:35
Canisius Het familiehoofd van de geslachten van Merari was Soeriël, de zoon van Abicháil. Zij waren aan de andere zijde van de tabernakel gelegerd, en dus in het noorden.
3:36
Canisius De taak der zonen van Merari was te zorgen voor de schotten, de bindlatten, de palen en voetstukken van de tabernakel, voor alle gereedschappen en voor al wat daarbij te doen viel,
3:37
Canisius voor de palen rond de voorhof met hun voetstukken, pinnen en touwen.
3:38
Canisius Aan de oostkant van de tabernakel, dus vóór de openbaringstent, waren Moses en Aäron met zijn zonen gelegerd. Zij hadden de zorg voor de dienst in het heiligdom ten behoeve van de Israëlieten; en zo een onbevoegde naderde, werd hij gedood.
3:39
Canisius Het hele getal van de Levieten, die Moses op bevel van Jahweh volgens hun geslachten had ingeschreven, dus van alle mannelijke personen van één maand af, bedroeg twee en twintig duizend.
3:40
Canisius En Jahweh sprak tot Moses: Tel nu ook al de mannelijke eerstgeborenen der Israëlieten van één maand af, en neem het getal der personen op.
3:41
Canisius Ik ben Jahweh: Gij moet voor Mij de Levieten nemen in plaats van alle eerstgeborenen der Israëlieten, en het vee der Levieten in plaats van al het eerstgeborene onder het vee der Israëlieten.
3:42
Canisius Moses telde dus alle mannelijke eerstgeborenen der Israëlieten, zoals Jahweh hem bevolen had.
3:43
Canisius Het hele getal der mannelijke eerstgeborenen van één maand af, die geteld waren, bedroeg twee en twintig duizend tweehonderd drie en zeventig.
3:44
Canisius Jahweh sprak toen tot Moses:
3:45
Canisius Neem de Levieten in plaats van alle eerstgeborenen der Israëlieten, en het vee der Levieten in plaats van hun vee. De Levieten zullen Mij behoren. Ik ben Jahweh!
3:46
Canisius Voor de lossing van de tweehonderd drie en zeventig eerstgeborenen der Israëlieten, die het getal der Levieten overschrijden,
3:47
Canisius moet gij vijf sikkels per hoofd nemen, berekend naar het heilig gewicht, twintig gera de sikkel,
3:48
Canisius en het geld aan Aäron en zijn zonen geven als losprijs voor die boventalligen.
3:49
Canisius Moses hief dus het losgeld van hen, die er te veel waren, om door de Levieten te worden losgekocht.
3:50
Canisius Als losgeld van deze eerstgeborenen der Israëlieten hief Moses dertienhonderd vijf en zestig heilige sikkels,
3:51
Canisius en gaf het losgeld aan Aäron en zijn zonen, juist zoals Jahweh het Moses bevolen had.