2. Tarihler 36 farklı çevirilerde

Karşılaştırılacak çevirileri seçin

Listeye eklemek için bir çeviri seçin; sütunlar listenin sırasını izler.

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

Türkçe

Русский

Čeština

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

中文

Français

Italiano

Српски / Srpski

Hrvatski

Svenska

Magyar

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Tiếng Việt

ไทย

한국어

हिन्दी

Nederlands

  • Gods Boek

Türkçe

  • Temel Tercüme

Русский

  • Десницкий
  • Кассиан

English

  • African International (Paraphrase, American)
  • African International (Paraphrase, British)
  • African International (Literal, American)
  • African International (Literal, British)
  • Majority Text
  • Targum Onkelos (Etheridge)
  • Text-Critical English

Українська

  • Новий Переклад

Deutsch

  • Byzantinischer Text

Polski

  • Słowo Życia

Español

  • Biblia Libre (Nuevo Testamento)

Português

  • Tradução para Tradutores

中文

  • 易读圣经

Ἀρχαία Ἑλληνική

  • Textus Receptus
  • Patriarchal 1904
  • Solid Rock
  • Family 35
  • Text-Critical Greek

Hrvatski

  • Knjiga o Kristu

Čeština

  • Slovo na cestu

Eesti

  • Kaasaegne eesti

Magyar

  • Élet, igazság és világosság

Slovenčina

  • Nádej pre každého

Suomi

  • Elävä uutinen

Norsk bokmål

  • En Levende Bok

Íslenska

  • Lifandi Orð

Български

  • Съвременен

Bahasa Indonesia

  • Mudah Dibaca
Canisiusvertaling
36:1
Canisius Het gewone volk koos nu Jehoachaz, den zoon van Josias, en riep hem in Jerusalem uit als opvolger van zijn vader Josias.
36:2
Canisius Joachaz was drie en twintig jaar, toen hij koning werd, en heeft drie maanden in Jerusalem geregeerd.
36:3
Canisius De koning van Egypte zette hem af als koning van Jerusalem, en legde het land een boete op van honderd talenten zilver en een talent goud.
36:4
Canisius Toen verhief de koning van Egypte zijn broer Eljakim tot koning over Juda en Jerusalem, en veranderde zijn naam in Jehojakim. Zijn broer Joachaz werd door Neko gevangen genomen en naar Egypte overgebracht.
36:5
Canisius Jehojakim was vijf en twintig jaar oud, toen hij koning werd, en heeft elf jaar in Jerusalem geregeerd. Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, zijn God.
36:6
Canisius Nabukodonosor, de koning van Babel, rukte tegen hem op, en nam hem, met ijzeren ketenen geboeid, naar Babel mee.
36:7
Canisius Ook nam Nabukodonosor een deel der vaten uit de tempel van Jahweh naar Babel mee, en zette die in zijn eigen paleis te Babel.
36:8
Canisius De verdere geschiedenis van Jehojakim, met de gruwelen, die hij bedreef, en al wat hem overkomen is, staat geschreven in het boek van de koningen van Israël en Juda. Zijn zoon Jehojakin volgde hem op.
36:9
Canisius Jehojakin was achttien jaar, toen hij koning werd, en heeft drie maanden en tien dagen in Jerusalem geregeerd. Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh.
36:10
Canisius In het begin van het jaar liet koning Nabukodonosor hem met enige kostbare voorwerpen uit de tempel van Jahweh naar Babel brengen, en verhief zijn oom Sidki-jáhoe tot koning over Juda en Jerusalem.
36:11
Canisius Sidki-jáhoe was een en twintig jaar oud toen hij koning werd, en heeft elf jaar te Jerusalem geregeerd.
36:12
Canisius Hij deed wat kwaad was in de ogen van Jahweh, en onderwierp zich niet aan den profeet Jeremias, die in opdracht van Jahweh profeteerde.
36:13
Canisius Ook kwam hij in opstand tegen koning Nabukodonosor, ofschoon hij hem voor God trouw had gezworen. Hij bleef halsstarrig en verstokt, en bekeerde zich niet tot Jahweh, den God van Israël.
36:14
Canisius Maar ook de voornaamste priesters en het volk vielen in groten getale af, en maakten zich schuldig aan alle gruwelijke practijken der heidenen, en ontwijdden de tempel van Jahweh, die Hij in Jerusalem geheiligd had.
36:15
Canisius Wel liet Jahweh, de God hunner vaderen, hen onophoudelijk door zijn gezanten waarschuwen, omdat Hij medelijden had met zijn volk en zijn woonstede;
36:16
Canisius maar zij verachtten de gezanten van God, sloegen zijn waarschuwing in de wind en spotten met zijn profeten. Zo barstte eindelijk de toorn van Jahweh tegen zijn volk los, en er was geen verbidden meer aan.
36:17
Canisius Hij liet den koning der Chaldeën tegen hen oprukken, die hun jongemannen in het heiligdom met het zwaard doodstak en jongens spaarde noch meisjes, grijsaards noch hoogbejaarden: allen leverde Hij aan hem over.
36:18
Canisius Alle vaten uit het Godshuis, grote en kleine, alle schatten uit de tempel van Jahweh, alle schatten van den koning en zijn voormannen nam hij mee naar Babel.
36:19
Canisius Zij lieten de tempel van God in vlammen opgaan, sloopten de muur van Jerusalem, en staken zijn paleizen in brand, zodat alle kostbaarheden verloren gingen.
36:20
Canisius En wie aan het zwaard waren ontsnapt, voerde hij gevangen naar Babel, waar zij hem en zijn zonen als slaven moesten dienen, totdat het perzische rijk aan de macht kwam.
36:21
Canisius Zo werd het woord van Jahweh vervuld, door de mond van Jeremias gesproken: Totdat het land zijn sabbatten heeft ingehaald, zal het al de tijd blijven liggen; het zal moeten rusten, totdat er zeventig jaren voorbij zijn.
36:22
Canisius In het eerste jaar van Cyrus, den koning van Perzië, bewoog Jahweh de geest van Cyrus, den koning van Perzië, om het woord in vervulling te doen gaan, dat Jahweh door de mond van Jeremias gesproken had. Daarom liet deze in heel zijn rijk mondeling en schriftelijk afkondigen:
36:23
Canisius Zo spreekt Cyrus, de koning van Perzië! Jahweh, de God des hemels, heeft mij alle koninkrijken der aarde gegeven. Hij is het, die mij bevolen heeft, Hem een tempel te bouwen in Jerusalem van Juda. Laat dus ieder van u, die tot zijn volk behoort, onder de schutse van zijn God optrekken!