2. Korintliler 2 farklı çevirilerde

Karşılaştırılacak çevirileri seçin

Listeye eklemek için bir çeviri seçin; sütunlar listenin sırasını izler.

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

Türkçe

Русский

Čeština

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

中文

Français

Italiano

Ἀρχαία Ἑλληνική

Српски / Srpski

Hrvatski

Eesti

Svenska

Magyar

Slovenčina

Suomi

Norsk bokmål

Íslenska

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Български

Tiếng Việt

Bahasa Indonesia

ไทย

한국어

हिन्दी

English

  • JPS Tanakh
  • Targum Onkelos (Etheridge)

Deutsch

  • Byzantinischer Text
Canisiusvertaling
2:1
Canisius Ik had me daarom voorgenomen, niet meer bij u terug te komen in droefheid.
2:2
Canisius Want indien ik ú bedroef, wie moet mij dan verblijden? Tenslotte hij alleen, die zelf door mij zou zijn bedroefd.
2:3
Canisius En om dezelfde reden heb ik u ook geschreven, opdat ik bij mijn komst niet bedroefd zou worden door hen, over wie ik mij verheugen moest; ik vertrouwde daarbij van u allen, dat mijn blijdschap ook uw aller blijdschap zou zijn.
2:4
Canisius Waarlijk in grote bekommernis en beklemming van hart heb ik u onder veel tranen geschreven, niet opdat gij bedroefd zoudt worden, maar opdat gij de liefde zoudt leren kennen, die ik u zo vurig toedraag.
2:5
Canisius Wanneer zeker iemand droefheid heeft veroorzaakt, dan heeft hij niet mij bedroefd, maar enigszins althans, om niet te overdrijven, u allen.
2:6
Canisius Voor die persoon is de bestraffing, door de meerderheid opgelegd, voldoende geweest,
2:7
Canisius zodat gij hem nu maar vergiffenis moest schenken en bemoedigen, opdat hij niet door overdreven droefheid te gronde gaat.
2:8
Canisius Ik dring er dus op aan, hem door een openlijk besluit weer in liefde aan te nemen.
2:9
Canisius Want ook hierom heb ik u geschreven, om proefondervindelijk van u te weten, of gij in alles gehoorzaam zijt.
2:10
Canisius En wien gij iets vergeeft, dien schenk ook ik vergiffenis. En wat ik vergeven heb, —zo ik tenminste iets te vergeven heb, —dat heb ik voor Christus’ aanschijn vergeven om uwentwil,
2:11
Canisius opdat de satan geen voorsprong op ons krijgt; want over zijn bedoelingen tasten we niet in het duister.
2:12
Canisius Toen ik nu in Troas was aangekomen, om er Christus te preken, en mij door den Heer de deur daartoe was opengezet,
2:13
Canisius had ik toch geen rust voor mijn geest, omdat ik er mijn broeder Titus niet aantrof; maar ik nam afscheid van hen, en vertrok naar Macedónië.
2:14
Canisius God zij dank! Overal toch leidt Hij ons rond tot Christus’ triomf; allerwege verspreidt Hij door ons de geur van diens kennis.
2:15
Canisius Want Christus’ geur zijn wij voor God, zowel bij hen die worden gered, als bij hen die ten verderve gaan:
2:16
Canisius voor den één een doodslucht ten dode, voor den ander een levensgeur ten leven. Wie is tot zulk een taak bekwaam?
2:17
Canisius Wij; daar we niet als veel anderen handel drijven met Gods woord, maar met zuivere bedoelingen spreken, op gezag van God, ten overstaan van God, en in Christus.