Pro SpreukenChâm ngôn, hoofdstukchương Het boek SpreukenChâm ngôn, hoofdstukchương 9

Bản dịch So sánh

De wijsheid heeft zich een huis gebouwd, Haar zeven zuilen opgericht, 1Ti 3:15; Heb 3:6; Rev 3:12Haar vee geslacht, haar wijn gemengd, Haar dis ook bereid. Nu laat ze haar dienstmaagden noden Op de hoogste punten der stad: Luk 14:16Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken. Mat 11:25; 1Co 1:27Komt, eet van mijn spijzen, En drinkt van de wijn die ik mengde; Jhn 6:48; Isa 55:1Laat de onnozelheid varen, opdat gij moogt leven, Betreedt de rechte weg van het verstand! Tit 2:12Wie een spotter vermaant, berokkent zich schande, En wie een booswicht bestraft, op hem komt een smet. Ge moet geen spotter bestraffen, hij zal u erom haten, Bestraf een wijze, hij zal er u dankbaar voor zijn. Pro 15:12; Mat 7:6Deel mee aan een wijze: hij wordt nog wijzer, Onderricht een rechtvaardige: hij zal zijn inzicht verdiepen. Pro 27:6Ontzag voor Jahweh is de grondslag der wijsheid, Den Heilige kennen is inzicht. Pro 1:7Want door Jahweh worden uw dagen vermeerderd. Worden jaren van leven u toegevoegd. Pro 10:27Zijt ge wijs, ge zijt wijs tot uw eigen voordeel; Zijt ge eigenwijs, gij alleen moet ervoor boeten! De dwaasheid is een wispelturige vrouw, Een verleidster, die geen schaamte kent. Ze zit aan de deur van haar huis, In een zetel op de hoogten der stad; Zij nodigt de voorbijgangers uit, Hen die recht huns weegs willen gaan: Wie onervaren is, kome hierheen, Wie onverstandig is, tot hem wil ik spreken! Gestolen water is zoet, Heimelijk gegeten brood smaakt lekker! Pro 20:17; Sir 23:23Maar men vermoedt niet, dat de schimmen daar wonen, Dat haar gasten diep in het dodenrijk komen!Pro 7:27