Daniel (řecký) 3 v různých překladech

Canisiusvertaling: čísla veršů této kapitoly jsou přiřazena přibližně

Vyberte překlady k porovnání

Vyberte překlad, aby se přidal do seznamu; sloupce jdou v pořadí seznamu.

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

Русский

English

Hrvatski

Nederlands

  • Gods Boek

Čeština

  • Bible 21
  • Kralická
  • Slovo na cestu

Русский

  • Русский синодальный (протестантская)
  • Русский синодальный (юбилейная)
  • Новый русский
  • Восточный (стандартная)
  • Восточный (с «Аллахом»)
  • Восточный (для Таджикистана)
  • Современный (Библейская лига)
  • Десницкий
  • Кассиан

Беларуская

  • Пераклад Сёмухі
  • Пераклад Бокуна

English

  • King James (without Apocrypha)
  • African International (Paraphrase, American)
  • African International (Paraphrase, British)
  • African International (Literal, American)
  • African International (Literal, British)
  • American Standard
  • Berean Standard
  • Douay-Rheims
  • Majority Text
  • Free Bible
  • Geneva 1599
  • JPS Tanakh
  • Literal Standard
  • Majority Standard
  • New International (American)
  • New International (Anglicised)
  • New Messianic
  • Orthodox Jewish
  • Targum Onkelos (Etheridge)
  • Text-Critical English
  • Translation for Translators
  • World English (American)
  • World English (British)
  • World English (Updated)
  • World English (Updated with Deuterocanon)
  • World Messianic (American)
  • World Messianic (British)

Українська

  • Переклад Огієнка
  • Новий Переклад
  • Сучасною мовою

Deutsch

  • Luther 1912
  • Elberfelder (unrevidiert 1905)
  • Elberfelder (modernisiert)
  • Textbibel
  • Byzantinischer Text
  • NeÜ bibel.heute

Polski

  • Biblia Gdańska
  • Słowo Życia

Español

  • Reina Valera
  • Nueva Biblia Viva
  • Español Sencillo
  • Palabra de Dios
  • Biblia Libre (Nuevo Testamento)
  • Palabra de Dios para todos

Português

  • Biblia Livre
  • Nova Bíblia Viva
  • Tradução para Tradutores
  • Fácil de Ler

Türkçe

  • Yorumsuz Çeviri
  • Temel Tercüme

中文

  • 当代译本 (简体)
  • 當代譯本 (繁體)
  • 标准译本 (简体)
  • 標準譯本 (繁體)
  • 易读圣经
  • 现代标点和合本 (简体)
  • 現代標點和合本 (繁體)
  • 普通话本

Français

  • Bible Darby

Italiano

  • Diodati 1885

Ἀρχαία Ἑλληνική

  • Textus Receptus
  • Patriarchal 1904
  • Solid Rock
  • Family 35
  • Text-Critical Greek

Српски / Srpski

  • Даничић–Караџић (ћирилица)
  • Daničić–Karadžić (latinica)
  • Нови српски (ћирилица)
  • Novi srpski (latinica)
  • Савремени српски (ћирилица)
  • Savremeni srpski (latinica)

Hrvatski

  • Knjiga o Kristu
  • Suvremeni hrvatski

Eesti

  • Kaasaegne eesti

Svenska

  • Reformationsbibeln
  • Kärnbibeln

Magyar

  • Károli (1908)
  • Élet, igazság és világosság

Slovenčina

  • Nádej pre každého

Suomi

  • Elävä uutinen

Norsk bokmål

  • En Levende Bok

Íslenska

  • Lifandi Orð

Tagalog

  • Ang Salita ng Diyos

Cebuano

  • Ang Pulong sa Dios

Hiligaynon

  • Ang Pulong Sang Dios

Български

  • Съвременен

Tiếng Việt

  • Phổ thông

Bahasa Indonesia

  • Mudah Dibaca

ไทย

  • อ่านเข้าใจง่าย

한국어

  • 읽기 쉬운

हिन्दी

  • पवित्र बाइबल
Canisiusvertaling
3:1
Canisius Eens had koning Nabukodonosor een gouden beeld laten maken, zestig el hoog en zes el breed. Hij liet het oprichten op de vlakte van Doera, in de provincie van Babel.
3:2
Canisius Toen liet koning Nabukodonosor de landvoogden oproepen, met de bestuurders, stadhouders, bevelhebbers, schatmeesters, staatsraden, rechters en alle provinciebeambten, om tegenwoordig te zijn bij de inwijding van het beeld, dat koning Nabukodonosor had opgericht.
3:3
Canisius Daarom kwamen de landvoogden, bestuurders, stadhouders, bevelhebbers, schatmeesters, staatsraden, rechters en alle provinciebeambten bijeen, om het beeld in te wijden, dat koning Nabukodonosor had opgericht. En terwijl ze voor het beeld stonden, dat Nabukodonosor had opgericht,
3:4
Canisius riep een heraut uit alle macht: “Volken, naties en tongen; zó luidt voor u het bevel!
3:5
Canisius Wanneer ge het schallen zult horen van hoornen en fluiten, citers en harpen, pijpen en orgels, en alle andere muziekinstrumenten, moet gij u neerwerpen, om het gouden beeld te aanbidden, dat koning Nabukodonosor heeft opgericht.
3:6
Canisius Wie dan niet neervalt om te aanbidden, zal ogenblikkelijk in een gloeiende vuuroven worden geworpen!”
3:7
Canisius Zodra men dan ook het schallen hoorde van hoornen en fluiten, citers en harpen, pijpen en orgels, en alle andere muziekinstrumenten, wierpen alle volken, naties en tongen zich onmiddellijk neer, en aanbaden het gouden beeld, dat koning Nabukodonosor had opgericht.
3:8
Canisius Maar spoedig kwamen nu enige chaldeeuwse mannen naar voren, om de Joden aan te klagen.
3:9
Canisius Ze namen het woord, en zeiden tot koning Nabukodonosor: De koning leve voor eeuwig!
3:10
Canisius Gij zelf, o koning, hebt een bevel uitgevaardigd, dat, als men het schallen zou horen van hoornen en fluiten, citers en harpen, pijpen en orgels, en alle andere muziekinstrumenten, iedereen zich neerwerpen moest, om het gouden beeld te aanbidden;
3:11
Canisius en wie niet neerviel ter aanbidding, in de gloeiende vuuroven zou worden geworpen.
3:12
Canisius Nu zijn er enige joodse mannen hier, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, die gij met het bestuur van de provincie Babel hebt belast. Die mannen, o koning, storen zich niet aan uw bevel; uw god vereren ze niet, en het gouden beeld, dat gij hebt opgericht, aanbidden ze niet.
3:13
Canisius Toen beval Nabukodonosor, in woede ontstoken, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego te gaan halen; en die mannen werden voor den koning gebracht.
3:14
Canisius Nabukodonosor sprak ze toe: Sjadrak, Mesjak, Abed-Nego, hebt ge met opzet mijn god niet vereerd, en het gouden beeld niet aanbeden, dat ik heb opgericht?
3:15
Canisius Zijt ge misschien nu nog bereid, als ge het schallen zult horen van hoornen en fluiten, citers en harpen, pijpen en orgels, en alle andere muziekinstrumenten, u neer te werpen en het beeld te aanbidden, dat ik heb gemaakt? Zo ge het niet wilt aanbidden, zult ge onmiddellijk in de gloeiende vuuroven worden geworpen; en welke god zou u dan uit mijn hand kunnen redden?
3:16
Canisius Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego gaven koning Nabukodonosor ten antwoord: Wij achten het niet nodig, hierover nog iets te zeggen.
3:17
Canisius Als het moet, dan is onze God, dien wij vereren, machtig genoeg, om ons uit de gloeiende vuuroven te redden, en zal Hij ons ook uit uw hand verlossen, o koning.
3:18
Canisius Maar ook, wanneer dit niet gebeurt, weet dan, o koning, dat wij toch uw god niet vereren, en het gouden beeld niet aanbidden, dat gij hebt opgericht.
3:19
Canisius Toen werd Nabukodonosor zo woedend op Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, dat zijn gelaatstrekken er zich van verwrongen. Hij beval, de oven nog zevenmaal heter dan anders te stoken;
3:20
Canisius en aan de sterkste mannen van zijn leger gaf hij bevel, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego te binden, en in de gloeiende oven te werpen.
3:21
Canisius Terstond werden deze mannen geboeid, en met kleren en al, met hemd, muts en mantel, in de gloeiende vuuroven geworpen.
3:22
Canisius En de oven was op uitdrukkelijk bevel van den koning zo heet gestookt, dat de mannen, die Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego naar boven droegen, door de vlammen werden gedood.
3:23
Canisius Maar ofschoon deze drie mannen, Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, geboeid in de gloeiende vuuroven waren gevallen,
3:24
Canisius Hevig ontsteld vloog koning Nabukodonosor overeind, en riep zijn raadsheren toe: Wij hebben toch drie mannen geboeid in het vuur geworpen? Ze gaven den koning ten antwoord: Zonder twijfel, o koning.
3:25
Canisius De koning hernam: Maar ik zie vier mannen vrij door het vuur gaan; zij hebben geen enkel letsel gekregen, en de vierde ziet er uit als een godenzoon.
3:26
Canisius Nu ging Nabukodonosor naar het gat van de gloeiende oven, en riep; Sjadrak, Mesjak, Abed-Nego, dienaars van den allerhoogsten God, klimt uit en komt hier. Toen kwamen Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego uit het vuur te voorschijn.
3:27
Canisius De landvoogden, bestuurders, stadhouders en raadsheren van den koning liepen te hoop, en zagen, dat het vuur het lijf van die mannen niet had gedeerd; het haar op hun hoofd was niet eens geschroeid, en hun mantels waren niet beschadigd; ze brachten zelfs geen brandlucht mee.
3:28
Canisius Nu nam Nabukodonosor het woord, en sprak: Geloofd zij de God van Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego; Hij heeft zijn engel gezonden, om zijn dienaars te redden, die vol vertrouwen op Hem het koninklijk bevel overtraden, en hun lichamen prijs gaven, omdat ze geen god wilden vereren en aanbidden, dan hun eigen God.
3:29
Canisius Daarom beveel ik: “Iedereen, tot welk volk, natie of tong hij behoort, die oneerbiedig durft spreken over den God van Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego, zal in stukken worden gehouwen, en zijn huis zal in puin worden gelegd; want er is geen andere god, die zó kan verlossen.”
3:30
Canisius Daarop bevestigde koning Sjadrak, Mesjak en Abed-Nego in hun post in de provincie van Babel.