MrkMk Markus, hoofdstukKapitel Het evangelie door MarkusDas Evangelium nach Markus, hoofdstukKapitel 1

Übersetzungen Vergleichen

Aanvang der blijde boodschap van Jesus Christus, den Zoon van God: zoals geschreven staat bij den profeet Isaias: Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit, Om voor U de weg te bereiden. Mal 3:1; Mat 11:10; Luk 7:27De stem van een roepende in de woestijn: Bereidt de weg des Heren, Maakt recht zijn paden. Isa 40:3; Mat 3:3; Luk 3:4; Jhn 1:23Johannes de Doper trad op in de woestijn, en preekte een doopsel van boetvaardigheid tot vergiffenis der zonden. Mat 3:1; Luk 3:3; Jhn 1:31; Act 13:24En het hele land van Judea en allen uit Jerusalem liepen naar hem uit, en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een kemelharen mantel, en een leren heupkleed om zijn lenden; hij at sprinkhanen en wilde honing. En hij preekte aldus: Lev 11:22; Mat 3:4Na mij komt er Een, die machtiger is dan ik; ik ben niet waardig, om mij voor Hem neer te bukken, en zijn schoenriem los te maken. Luk 3:16; Jhn 1:27Ik heb u met water gedoopt, maar Hij zal u dopen met den Heiligen Geest. Act 1:5; Act 2:4; 1Co 12:13In die dagen kwam Jesus uit Názaret van Galilea, en werd in de Jordaan door Johannes gedoopt. Mat 3:13; Luk 3:21Maar onmiddellijk steeg Hij uit het water op, en zag de Hemel geopend, en den Geest op Zich neerdalen als een duif. Mat 3:16; Luk 3:21; Jhn 1:32En er kwam een stem uit de hemel: Gij zijt mijn welbeminde Zoon, in U heb Ik welbehagen. Dadelijk daarna dreef de Geest Hem naar de woestijn. Mat 4:1; Luk 4:1Veertig dagen bleef Hij in de woestijn, waar Hij door de satan werd bekoord; Hij vertoefde onder de wilde dieren, en de engelen dienden Hem. Nadat Johannes was gevangen gezet, kwam Jesus in Galilea, en verkondigde het Evangelie van het koninkrijk Gods. Mat 4:12; Luk 4:14; Jhn 4:43Hij zeide: De tijd is vervuld, en het koninkrijk Gods is nabij; bekeert u, en gelooft in het evangelie. Mat 4:17Toen Hij eens langs het meer van Galilea ging, zag Hij Simon en Andreas, den broer van Simon, het net uitwerpen in het meer; want ze waren vissers. Mat 4:18En Jesus sprak tot hen: Volgt Mij; Ik zal mensenvissers van u maken. Aanstonds verlieten ze de netten, en volgden Hem. Een weinig verder zag Hij Jakobus, den zoon van Zebedeüs, en Johannes zijn broer, die ook in een boot waren en de netten herstelden. Aanstonds riep Hij ze. En ze lieten hun vader Zebedeüs in de boot met de bemanning achter, en volgden Hem. Zij begaven zich nu naar Kafárnaum. En terstond ging Hij op de sabbat de synagoge binnen, en trad als leraar op. Mat 4:13; Luk 4:31Men stond verbaasd over zijn leer; want Hij leerde hen als een die gezag heeft, en niet zoals de schriftgeleerden. Mat 7:28; Luk 4:32Al heel spoedig was er in hun synagoge een man met een onreinen geest. Hij riep: Luk 4:33Wat hebt Gij met ons te maken, Jesus van Názaret? Zijt Gij gekomen, om ons in het verderf te storten? Ik weet, wie Gij zijt: de Heilige Gods. Mat 8:29; Jas 2:19Maar Jesus gebood hem: Zwijg, en ga van hem uit. En onder stuiptrekken en luid geschreeuw ging de onreine geest van hem uit. Allen waren verbaasd, en vroegen zich af: Wat kan dat toch zijn? Een nieuwe leer met gezag! Bovendien gebiedt Hij de onreine geesten, en ze gehoorzamen Hem! En zijn faam ging aanstonds overal rond door heel het land van Galilea. Toen zij de synagoge hadden verlaten, begaven zij zich, van Jakobus en Johannes vergezeld, rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas. Mat 8:14; Luk 4:38De schoonmoeder van Simon lag ziek aan de koorts; en aanstonds vertelden ze het Hem. Hij trad nader, vatte haar bij de hand, en richtte haar op; de koorts verliet haar, en ze bediende Hem. Toen het avond was geworden en de zon was ondergegaan, bracht men alle zieken en bezetenen naar Hem toe; Mat 8:16; Luk 4:40de hele stad stond voor de deur bijeen. En Hij genas er velen, die aan verschillende kwalen leden. Ook dreef Hij veel duivels uit; maar Hij liet niet toe, dat de duivels zeiden, dat ze Hem kenden. Mrk 3:12; Luk 4:41; Act 16:17; Act 19:15Zeer vroeg in de morgen stond Hij op, en ging heen; Hij begaf zich naar een eenzame plaats, om er te bidden. Simon en zijn gezellen gingen Hem achterna, vonden Hem, en zeiden: Iedereen zoekt U. Maar Hij sprak tot hen: Laten we naar de omliggende dorpen gaan, om ook daar te preken; want daartoe ben Ik gekomen. Luk 4:43Zo trok Hij heel Galilea rond: Hij preekte in hun synagogen, en dreef de duivels uit. Eens kwam een melaatse naar Hem toe, die smekend voor Hem op de knieën viel, en tot Hem sprak: Zo Gij wilt, kunt Gij me reinigen. Mat 8:2; Luk 5:12Jesus had medelijden met hem: Hij strekte zijn hand uit, raakte hem aan, en zeide tot hem: Ik wil, word gereinigd! Terstond verdween de melaatsheid; hij was gereinigd. Onmiddellijk zond Hij hem weg, vermaande hem ernstig. en zei hem: Pas op, dat ge het niemand zegt; maar ga heen, vertoon u aan den priester, en offer voor uw reiniging wat Moses als bewijs voor hen heeft voorgeschreven. Lev 13:2; Mat 8:4; Luk 5:14Maar nauwelijks was hij heengegaan, of hij begon het overal te vertellen, en het geval ruchtbaar te maken; zodat Jesus niet meer openlijk in een stad kon komen, maar buiten op eenzame plaatsen vertoefde. Toch kwam men van alle kanten naar Hem toe.