ProIzr SpreukenMudre izreke, hoofdstukpoglavlje Het boek SpreukenMudre izreke, hoofdstukpoglavlje 18

Prijevodi Usporedi

Wie zich afscheiden wil, zoekt een voorwendsel; Met alle middelen stuurt hij op ruzie aan. Een domoor houdt niet van wijsheid, Maar zegt toch gaarne zijn mening. Met de misdaad komt ook de minachting, Op de schanddaad volgt de smaad. De woorden van sommige mensen zijn diepe wateren, Een bruisende beek, een bron van leven. Pro 20:5Het is onverantwoord, partij te kiezen voor een boosdoener, of een onschuldige voor het gerecht te verdringen. Lev 19:15; Deu 1:17; Pro 24:23; Sir 42:1Wat een dwaas zegt, leidt tot twist; Zijn mond roept om slaag. Wat een dwaas zegt, stort hem in het ongeluk; Zijn woorden zijn een valstrik voor hemzelf. Pro 10:14; Pro 12:13Woorden van een lastertong zijn als lekkernijen, Ze glijden af naar het diepste van de maag. Wie ook maar slap is in zijn werk, Is al een broer van de vernielgeest. De naam van Jahweh is een sterke burcht; De rechtvaardige ijlt erheen, en is veilig. Psa 20:1; Pro 14:26Het vermogen is voor den rijke een sterke vesting, In zijn verbeelding een hoge muur. Pro 10:15Vóór de val is men hooghartig, Maar aan de eer gaat ootmoed vooraf. Pro 16:18Geeft iemand antwoord, eer hij heeft geluisterd, Dan strekt hem dit tot dwaasheid en schande. Sir 11:8Geestkracht houdt iemand staande in zijn lijden, Maar wie beurt een gebroken geest weer op? Een verstandig hart doet inzicht op, Het oor der wijzen spitst zich op kennis. Een geschenk verschaft iemand ruimte, Het geeft hem toegang tot de groten. Pro 17:8; Mat 2:11Wie het eerst zijn zaak bepleit, krijgt gelijk; Maar dan komt zijn buur en zet hem recht. Het lot maakt een einde aan twisten, En scheidt machtigen van elkaar. Een verongelijkte broer is ontoegankelijker dan een sterke vesting; Ruzie is als de grendel van een burcht. Door de vrucht van de mond wordt iemands maag gevuld; Van de oogst zijner lippen wordt hij verzadigd Pro 14:14; Isa 3:10Dood en leven zijn in de macht van de tong; Wie haar veel gebruikt, moet haar vrucht dan ook eten. Pro 13:3; Jas 3:8Wie een vrouw heeft gevonden, heeft iets goeds gevonden, En de gunst van Jahweh gewonnen. Pro 19:14Al klaagt een arme nog zo smekend, De rijke antwoordt met hardheid. Sir 13:4Er zijn makkers, die iemand in het ongeluk storten; Maar ook vrienden, die aanhankelijker zijn dan een broer.Pro 17:17