Salmi 37 in diverse traduzioni

Scegli le traduzioni da confrontare

Scegli una traduzione per aggiungerla all'elenco; le colonne seguono l'ordine dell'elenco.

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

Italiano

Русский

Čeština

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

Türkçe

中文

Français

Српски / Srpski

Hrvatski

Svenska

Magyar

Íslenska

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Tiếng Việt

ไทย

한국어

हिन्दी

Nederlands

  • Gods Boek

Русский

  • Десницкий
  • Кассиан

English

  • African International (Paraphrase, American)
  • African International (Paraphrase, British)
  • African International (Literal, American)
  • African International (Literal, British)
  • Majority Text
  • Targum Onkelos (Etheridge)
  • Text-Critical English

Deutsch

  • Byzantinischer Text

Polski

  • Słowo Życia

Español

  • Biblia Libre (Nuevo Testamento)

Português

  • Tradução para Tradutores

Türkçe

  • Temel Tercüme

中文

  • 易读圣经

Ἀρχαία Ἑλληνική

  • Textus Receptus
  • Patriarchal 1904
  • Solid Rock
  • Family 35
  • Text-Critical Greek

Hrvatski

  • Knjiga o Kristu

Čeština

  • Slovo na cestu

Eesti

  • Kaasaegne eesti

Magyar

  • Élet, igazság és világosság

Slovenčina

  • Nádej pre každého

Suomi

  • Elävä uutinen

Norsk bokmål

  • En Levende Bok

Български

  • Съвременен

Bahasa Indonesia

  • Mudah Dibaca
Canisiusvertaling
37:1
Canisius Van David. Wees niet afgunstig op zondaars, En benijd de boosdoeners niet;
37:2
Canisius Want snel versmachten zij als gras, Verkwijnen als het groen gewas.
37:3
Canisius Vertrouw op Jahweh, doe enkel wat goed is, Blijf in het land en wees trouw;
37:4
Canisius Dan zult gij uw vreugde in Jahweh vinden, En Hij schenkt u wat uw hart maar begeert.
37:5
Canisius Laat Jahweh uw weg maar bestieren, Verlaat u op Hem: Hij zal hem banen;
37:6
Canisius Als de dageraad doet Hij uw gerechtigheid stralen, En als de middagzon uw recht.
37:7
Canisius Berust in Jahweh, En blijf op Hem hopen. Benijd niet den man, wien het goed gaat, Ofschoon hij bedriegt.
37:8
Canisius Word niet toornig en maak u niet boos, Wind u niet op: gij maakt het maar erger;
37:9
Canisius Want de zondaars worden vernietigd, Maar die op Jahweh vertrouwen, bezitten het Land!
37:10
Canisius Een ogenblik maar: en de zondaar is er niet meer; Gij zoekt naar zijn plaats: hij is weg.
37:11
Canisius Maar de rechtschapenen bezitten het Land, En genieten een heerlijke vrede.
37:12
Canisius De zondaar belaagt den rechtvaardige, En knarst tegen hem op zijn tanden;
37:13
Canisius Maar de Heer lacht hem uit, Want Hij ziet zijn Dag al nabij.
37:14
Canisius De bozen trekken hun zwaard en spannen hun boog, Om ongelukkigen en armen te doden, en vromen te slachten;
37:15
Canisius Maar het zwaard dringt in hun eigen hart, En hun bogen worden gebroken.
37:16
Canisius Beter het weinige, dat de rechtvaardige heeft, Dan de geweldige rijkdom der bozen;
37:17
Canisius Want de arm der bozen wordt gebroken, Maar voor de rechtvaardigen is Jahweh een stut.
37:18
Canisius Jahweh zorgt voor de dagen der vromen, En hun erfdeel blijft eeuwig bijeen;
37:19
Canisius Ze staan niet verlegen in tijden van rampspoed, Maar worden verzadigd bij hongersnood.
37:20
Canisius Maar de goddelozen gaan zeker te gronde, En hun kinderen bedelen om brood; Jahweh’s vijanden vergaan als de glorie der velden, En verdwijnen als rook.
37:21
Canisius De boze moet lenen, en kan niet betalen, De gerechte kan mild zijn en geven;
37:22
Canisius Want wien Hij zegent, bezit het Land, Maar wien Hij vervloekt, wordt vernietigd.
37:23
Canisius Jahweh leidt de schreden der mensen, Hij richt overeind, wiens gedrag Hem behaagt;
37:24
Canisius En mocht hij al wankelen, toch zal hij niet vallen, Want Jahweh houdt hem bij de hand.
37:25
Canisius Ik was jong, en nu ben ik oud: Maar nooit heb ik een vrome verlaten gezien;
37:26
Canisius Steeds kan hij nog mild zijn en aan anderen lenen, Zijn nageslacht tot zegen zijn.
37:27
Canisius Houd u ver van het kwaad, en doe enkel wat goed is, Dan woont gij veilig voor eeuwig;
37:28
Canisius Want Jahweh heeft de gerechtigheid lief, En nimmer verlaat Hij zijn vromen. De bozen worden voor eeuwig vernietigd, En het geslacht van de zondaars vergaat;
37:29
Canisius Maar de rechtvaardigen bezitten het Land, En blijven er altijd in wonen.
37:30
Canisius De mond van den rechtvaardige verkondigt de wijsheid, En zijn tong spreekt wat recht is.
37:31
Canisius Hij draagt de Wet van zijn God in zijn hart; Nooit wankelen zijn schreden.
37:32
Canisius De boze loert op den vrome, En zoekt hem te doden;
37:33
Canisius Maar Jahweh laat hem niet in zijn macht, En duldt geen veroordeling, als men hem richt.
37:34
Canisius Blijf op Jahweh vertrouwen, En bewandel zijn wegen; Dan stelt Hij u in het bezit van het Land, En zult gij de verdelging der zondaars aanschouwen.
37:35
Canisius Ik heb een zondaar gezien in zijn vermetele trots, Hoog als een Libanon-ceder;
37:36
Canisius Ik ging voorbij: zie, hij was er niet meer; Ik zocht hem, hij was niet te vinden.
37:37
Canisius Geef acht op den vrome en let op den brave: Het kroost van dien man leeft in vrede;
37:38
Canisius Maar de zondaars gaan allen te gronde, De kinderen der bozen worden vernietigd.
37:39
Canisius Jahweh is het heil van de vromen, Hun toevlucht in tijden van nood;
37:40
Canisius Jahweh helpt en beschermt hen tegen de bozen, Hij redt hen, als ze vluchten tot Hem!