2Sa삼하 2 Samuel사무엘기하, hoofdstuk장 Het tweede boek Samuel사무엘기하, hoofdstuk장 8

번역본 비교

Daarna versloeg David de Filistijnen. Hij onderwierp ze, en ontnam hun Gat met onderhorige steden. 1Ch 18:1Ook de Moabieten versloeg hij. Hij legde ze plat op de grond, en nam met een snoer hun aantal op; twee derde van de snoerlengte was ten dode gedoemd, een volle derde mocht blijven leven. Zo werden de Moabieten aan David schatplichtig. Num 22:3; 1Ch 18:2; Deu 2:9Vervolgens versloeg David Hadadézer, den zoon van Rechob en koning van Soba, juist toen deze op weg was, zijn zegeteken aan de Rivier op te richten. 1Ki 11:23David nam zeventienhonderd van zijn ruiters en tienduizend man van zijn voetvolk gevangen, en van alle paarden, op honderd na, sneed hij de pezen door. 2Sa 10:18En daar de Arameën van Damascus Hadadézer, den koning van Soba, te hulp waren gekomen, doodde David van de Arameën twee en twintigduizend man. 2Sa 10:6Hij stelde in Aram van Damascus stadhouders aan, en het werd aan David schatplichtig. Zo werd David op al zijn tochten door Jahweh geholpen. 1Ch 18:6; 1Ch 18:13De gouden schilden, die Hadadézers soldaten droegen, maakte David buit en bracht ze naar Jerusalem, 2Ch 12:2terwijl hij uit Bétach en Berotai, twee steden van Hadadézer, een zeer grote hoeveelheid koper meenam. 1Ch 18:8Toen Tói, de koning van Chamat, vernam, dat David de gehele legermacht van Hadadézer had verslagen, 1Ch 18:9zond hij zijn zoon Joram naar koning David, om hem te groeten en geluk te wensen met zijn overwinning op Hadadézer. Hadadézer was namelijk een tegenstander van Tói. Joram bracht zilveren, gouden en koperen voorwerpen mede, en ook deze wijdde koning David aan Jahweh, zoals hij gedaan had met het zilver en goud van alle door hem onderworpen volken, 1Ch 18:11(van Edom, Moab, de Ammonieten, de Filistijnen en Amalekieten), en met de buit, op Hadadézer behaald, den zoon van Rechob en koning van Soba. Verder heeft David zich beroemd gemaakt, door, bij zijn terugkeer van de overwinning op Aram, in de Zoutvallei achttienduizend Edomieten te verslaan. 1Ch 18:12Hij stelde in heel Edom stadhouders aan, zodat heel Edom aan David bleef. Zo werd David op al zijn tochten door Jahweh geholpen. 1Ch 18:13David regeerde dus over geheel Israël, en handelde met heel zijn volk naar wet en recht. 1Ch 18:14Joab, de zoon van Seroeja, stond over het leger; Jehosjafat, de zoon van Achiloed, was kanselier; 2Sa 20:23; 1Ch 18:15Sadok, de zoon van Achitoeb, en Ebjatar, de zoon van Achimélek, waren priesters; Seraja was schrijver; 1Ch 6:12; 1Ch 9:11Benajáhoe, de zoon van Jehojada, ging over de Kretenzen en Peletiërs; de zonen van David waren priesters.2Sa 15:18; 2Sa 20:7; 1Ki 1:38