Pro잠 Spreuken잠언, hoofdstuk장 Het boek Spreuken잠언, hoofdstuk장 19

번역본

Beter een arme, die onberispelijk wandelt, Dan een rijke, die verkeerde wegen gaat. Pro 28:6Zonder verstand deugt zelfs de ijver niet; Wie te haastig loopt, doet een misstap. Pro 6:18Door zijn dwaasheid komt de mens op het verkeerde pad, Maar hij zelf wijt het aan Jahweh! Sir 15:11; Jas 1:13Rijkdom maakt vele vrienden, Een arme raakt zijn vrienden kwijt. Pro 14:20Een onbetrouwbaar getuige blijft niet ongestraft; Wie leugens verspreidt, zal niet ontkomen. Deu 19:19Velen dingen naar de gunst van een voorname; Wie geschenken geeft, heeft allen tot vriend. Als een arme al door zijn broers wordt gehaat, Hoever zullen zijn vrienden zich dan van hem terugtrekken! Wie te veel spreekt, wordt een meester in de boosheid; Wie woorden najaagt, ontkomt niet. Wie verstand verwerft, heeft zichzelven lief; Wie inzicht bewaart, zal het goede ondervinden. Een onbetrouwbaar getuige blijft niet ongestraft; Wie leugens verspreidt, zal omkomen. Pro 21:28Weelde staat een dwaas evenmin, Als een knecht het heersen over vorsten. Pro 30:21Wijsheid maakt den mens lankmoedig; Hij gaat er groot op, een misstap te vergeven. Pro 14:29Een toornig koning brult als een leeuw, Maar als dauw op het groen is zijn gunst. Rom 13:4Een dwaas kind is een ramp voor zijn vader, Het getwist van een vrouw een gestadig druppelend lek. Pro 10:1Huis en have worden van vader geërfd, Maar een verstandige vrouw komt van Jahweh. Pro 18:22Luiheid verwekt een diepe slaap, Een trage geest moet honger lijden. Wie de geboden in acht neemt, behoedt zichzelf; Wie niet past op zijn wandel, zal sterven. Pro 3:21; Luk 11:28Wie goed is voor een arme, leent aan Jahweh; Hij zal hem zijn weldaad vergelden. Psa 41:1; Mat 10:42; Mat 25:40Tuchtig uw kind, zo lang er nog hoop is; Maar laat u niet vervoeren tot toorn. Pro 13:24; Pro 23:13Een driftig mens zal moeten boeten; Wilt ge hem helpen, ge maakt het nog erger. Luister naar raad, en neem vermaning aan, Opdat ge tenslotte wijs moogt zijn. Vele plannen gaan er om in den mens, Maar het besluit van Jahweh, dàt komt tot stand. Job 23:13; Pro 16:1Goedheid strekt den mens tot gewin, Beter arm te zijn dan wreed Het ontzag voor Jahweh leidt ten leven; Men rust dan tevreden, niet door rampen bezocht. Als een luiaard zijn hand in de schotel heeft gestoken, Brengt hij haar nog niet eens naar de mond. Pro 26:15Slaat ge een spotter, dan wordt de onervarene wijs; Vermaant ge een verstandig mens, hij leert er nog uit. Pro 21:11Wie zijn vader mishandelt, zijn moeder verjaagt, Is een kind, dat beschaamt en te schande maakt. Pro 15:20Mijn zoon, houdt ge op, naar vermaning te luisteren, Dan dwaalt ge af van verstandige taal. Een kwaadwillige getuige spot met het recht, De mond der bozen stort onrecht uit. Job 15:16Voor de spotters liggen roeden gereed, En slagen voor de rug van de dwazen.