Psa Psalmen, psalm Het boek Psalmen, psalm 33
Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen! Psa 32:11; Psa 147:1Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp; Psa 92:3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid! Psa 40:3; Isa 42:10; Rev 5:9Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden. Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol. Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir; Gen 1:6; Jhn 1:3Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op. Job 38:8; Jer 5:22Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten. Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond. Gen 1:3De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties; Job 5:12Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht. Pro 19:21; Isa 46:4Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos! Psa 65:4; Psa 144:15Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen. 2Ch 16:9; Job 28:24Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde: Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt. Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht; Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden. Pro 21:31Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen: Job 36:7; Psa 34:15; 1Pe 3:12Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood. Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild; In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam. Isa 66:14Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!