Psa Psalmen, psalm Het boek Psalmen, psalm 52
Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht van David, nadat Doëg, de Edomiet aan Saül was gaan melden: “David is in het huis van Achimélek gekomen.” Wat pocht gij op boosheid, En snoeft gij op onrecht, Pro 21:12Broedt gij voortdurend op onheil, Is uw tong als een vlijmscherp, verraderlijk mes? Psa 57:4; Pro 25:18Gij kiest wat kwaad is boven het goede, De leugen boven de waarheid; Gij houdt alleen van verwarrende woorden, En bedriegelijke taal. Daarom zal God u vernielen, U weggooien eens en voor al, U wegsleuren uit uw tent, Uw wortel uit het land der levenden rukken. Job 18:14; Job 20:7; Psa 50:22De rechtvaardigen zullen het huiverend zien, en over hem lachen: “Daar is nu de man, die zijn kracht niet in God heeft gezocht, Maar die op zijn grote rijkdom vertrouwde, En zich op zijn schatten beroemde!” Psa 49:6; Pro 11:28; Mrk 10:24Maar ik ben als een bloeiende olijf in Gods huis, En vertrouw op Gods goedheid voor eeuwig en immer. Psa 92:12; Jer 11:16; Hos 14:6Eeuwig zal ik U danken, omdat het úw werk is geweest, En de goedheid van uw Naam voor uw vromen verkonden!Psa 37:5