Skutky 2 v různých překladech

Vyberte překlady k porovnání

Vyberte překlad, aby se přidal do seznamu; sloupce jdou v pořadí seznamu.

  1. Canisiusvertaling

Nederlands

Čeština

Русский

Беларуская

English

Українська

Deutsch

Polski

Español

Português

Türkçe

中文

Français

Italiano

Ἀρχαία Ἑλληνική

Српски / Srpski

Hrvatski

Eesti

Svenska

Magyar

Slovenčina

Suomi

Norsk bokmål

Íslenska

Tagalog

Cebuano

Hiligaynon

Български

Tiếng Việt

Bahasa Indonesia

ไทย

한국어

हिन्दी

English

  • JPS Tanakh
  • Targum Onkelos (Etheridge)

Deutsch

  • Byzantinischer Text
Canisiusvertaling
2:1
Canisius Toen de dag van het pinksterfeest was aangebroken, waren ze allen op één plaats bijeen.
2:2
Canisius Eensklaps kwam er een geruis uit de hemel als van een hevige windvlaag, en vulde het hele huis, waar ze waren vergaderd.
2:3
Canisius Vurige tongen verschenen hun, spreidden zich rond, en zetten zich op ieder van hen neer.
2:4
Canisius Allen werden vervuld van den Heiligen Geest, en begonnen verschillende talen te spreken, naar gelang de Geest hen liet spreken.
2:5
Canisius Nu vertoefden er te Jerusalem godvrezende Joden uit alle volken onder de hemel.
2:6
Canisius Bij dat geruis liepen de mensen te hoop; ze stonden verwonderd, dat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken.
2:7
Canisius Ze raakten buiten zichzelf van verbazing, en zeiden: Zie, zijn allen, die daar spreken, geen Galileërs?
2:8
Canisius En hoe horen wij allen ze dan in onze eigen moedertaal spreken?
2:9
Canisius Parten, Meden en Elamieten; bewoners van Mesopotámië, Judea en Kappadócië, van Pontus en Azië,
2:10
Canisius van Frúgië en Pamfúlië, van Egypte en de streken van Lybië bij Cyrene: romeinse kolonisten,
2:11
Canisius Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren: we horen ze in onze eigen taal Gods grote werken verkondigen.
2:12
Canisius Allen stonden verbaasd en in twijfel. Sommigen zeiden tot elkander: Wat zou dat betekenen?
2:13
Canisius Maar anderen zeiden spottend: Ze zijn dronken van zoete wijn.
2:14
Canisius Toen stond Petrus op, omringd van al de elf; hij verhief zijn stem, en sprak hun toe: Joodse mannen, en gij allen, die in Jerusalem woont: Dit moet gij weten; geeft acht op mijn woorden.
2:15
Canisius Neen, deze mannen zijn niet dronken, zoals gij vermoedt; want het is eerst het derde uur van de dag.
2:16
Canisius Maar hier geschiedt, wat door den profeet Joël voorzegd is:
2:17
Canisius En het zal geschieden op het einde der dagen, zegt God “Ik zal uitstorten van mijn Geest over alle vlees; Uw zonen en dochters zullen profeteren, Uw jonge mannen visioenen schouwen, Uw grijsaards dromen ontvangen;
2:18
Canisius Zelfs over mijn slaven en slavinnen in die dagen, Stort Ik uit van mijn Geest, en ze zullen profeteren.
2:19
Canisius Ik zal wonderen doen in de hemel daar boven, En tekenen op de aarde beneden: Bloed en vuur, en walm van rook.
2:20
Canisius De zon zal in duisternis verkeren, de maan in bloed, Voordat de Dag des Heren komt, Groot en heerlijk.
2:21
Canisius Dan zal iedereen worden gered, Die de naam des Heren aanroept!
2:22
Canisius Mannen van Israël, hoort deze woorden: Jesus van Názaret, een man, voor wien God bij u heeft getuigd door krachten en wonderen en tekenen, welke God, zo gij weet, door Hem in uw midden verrichtte:
2:23
Canisius Hem hebt gij overgeleverd naar het vaste raadsbesluit en de voorkennis Gods, en door de hand van heidenen aan het kruis geslagen en gedood.
2:24
Canisius Maar God heeft Hem opgewekt, en verbroken de strikken van de dood; daar het niet mogelijk was, dat deze Hem vasthield.
2:25
Canisius Want David zeide van Hem: “Den Heer hield ik altijd voor ogen; Want Hij staat mij ter zijde, opdat ik niet wankele
2:26
Canisius Daarom verheugt zich mijn hart, En jubelt mijn tong; Ook mijn vlees zal rusten vol hoop,
2:27
Canisius Want Gij laat mijn ziel niet in het dodenrijk achter. Uw Heilige laat Gij het bederf niet aanschouwen,
2:28
Canisius Gij hebt mij de wegen van het leven getoond; Gij zult mij van vreugde vervullen Door uw aanschijn!
2:29
Canisius Mannen broeders, van den aartsvader David mag men u zeker wel openlijk zeggen, dat hij èn gestorven is én begraven; zijn graf staat in ons midden tot op de huidige dag.
2:30
Canisius Maar hij was een profeet; en hij wist, dat God hem onder ede beloofd had, een uit de vrucht zijner lende op zijn troon te doen zetelen.
2:31
Canisius En daar hij de toekomst voorzag, heeft hij over de verrijzenis van den Christus gezegd, dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten, en dat zijn vlees het bederf niet zou zien.
2:32
Canisius Welnu, dezen Jesus heeft God doen verrijzen; daarvan zijn wij allen getuigen.
2:33
Canisius En nu Hij, verheven aan Gods rechterhand, van den Vader den beloofden Heiligen Geest heeft ontvangen, nu heeft Hij Dien ook uitgestort, zoals gij ziet en hoort.
2:34
Canisius David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,
2:35
Canisius Totdat Ik uw vijanden leg Als een voetbank voor uw voeten.”
2:36
Canisius Heel het huis van Israël zij er dus van doordrongen, dat God dienzelfden Jesus, dien gij hebt gekruisigd, tot Heer en Christus heeft gesteld.
2:37
Canisius Toen ze dit hoorden, werden ze diep getroffen; en ze zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Mannen broeders, wat moeten we doen?
2:38
Canisius Petrus zei hun: Bekeert u allen, en laat u dopen in de naam van Jesus Christus, tot vergiffenis uwer zonden; dan zult gij de gaven ontvangen van den Heiligen Geest.
2:39
Canisius Want voor u is de belofte; ook voor uw kinderen, en voor allen die van verre zijn: voor allen, die de Heer onze God Zich zal roepen.
2:40
Canisius Met nog veel andere woorden legde hij getuigenis af; ook vermaande hij hen, en sprak: Redt u toch uit dit bedorven geslacht.
2:41
Canisius En zij, die zijn woord aanvaardden, ontvingen het doopsel; die dag traden er ongeveer drie duizend mensen toe.
2:42
Canisius Ze bleven volharden in de leer der apostelen en de onderlinge gemeenschap, in het breken des broods en in het gebed.
2:43
Canisius Allen leefden in vrees. De apostelen verrichtten vele wonderen en tekenen.
2:44
Canisius En al de gelovigen waren ten nauwste vereend, en bezaten alles in gemeenschap.
2:45
Canisius Ze verkochten have en goed, en verdeelden het onder elkander, naar ieders behoefte.
2:46
Canisius Iedere dag bezochten ze eendrachtig de tempel, en thuis braken ze het brood. Ze genoten hun voedsel in opgeruimdheid en eenvoud van hart.
2:47
Canisius Ze loofden God, en stonden in gunst bij heel het volk. En de Heer bracht iedere dag meer geredden bijeen.