JasΙακ JakobusΙακώβου, hoofdstukκεφάλαιο De brief van JakobusΚαθολική Επιστολή Ιακώβου, hoofdstukκεφάλαιο 1

Μεταφράσεις

Jakobus, dienaar van God en van den Heer Jesus Christus, aan de twaalf stammen in de verstrooiing: heil! Mijn broeders, acht het een zeer grote vreugde, wanneer gij in allerhande bekoringen valt. Act 5:41; 1Co 10:13Want gij weet, dat de beproeving van uw geloof de oorzaak is van geduld; 1Pe 1:7; Rom 5:3welnu, het geduld behoeft slechts volkomen te worden, dan zijt gij volmaakt en ongerept, en schiet gij in niets te kort. Komt iemand van u dan wijsheid te kort, hij vrage ze aan God, die ze aan allen verleent, eenvoudigweg en zonder verwijt; dan zal ze hem geschonken worden. 1Ki 3:12; Pro 2:6Maar hij moet vragen met geloof en zonder te weifelen; want wie weifelt, gelijkt op een golf van de zee, die door de wind wordt bewogen, en heen en weer wordt geslingerd. Mat 7:7; Mrk 11:24; Luk 11:9; Jhn 14:13; Jhn 16:23Zo iemand toch verbeelde zich niet, dat hij iets van den Heer zal ontvangen; dubbelhartig man als hij is, ongestadig in heel zijn gedrag. Laat de broeder van nederige staat zich op zijn verheffing beroemen. Maar de rijke op zijn geringheid; want hij zal verdwijnen als een bloem in het gras. Job 14:2; Psa 90:5-6; Psa 103:15; Sir 14:18; Isa 40:6; 1Pe 1:24Want de zon gaat op met haar gloed en doet het gras verdorren; dan valt ook zijn bloem, en haar schoonheid vliedt heen. Zo zal ook de rijke verkwijnen op zijn levenspad. Zalig de man, die staande blijft bij de bekoring; want wanneer hij de proef heeft doorstaan, zal hij de kroon des levens ontvangen, die God beloofd heeft aan hen, die Hem liefhebben. Job 5:17; Pro 3:11; 2Ti 4:8; Heb 12:5Niemand mag zeggen, als hij bekoord wordt: ik word door God bekoord. Want evenmin als God zelf door het kwaad wordt bekoord, brengt Hij wien ook in bekoring. Luk 11:4Neen, iedere mens wordt door zijn eigen begeerlijkheid bekoord, verleid en verlokt; wanneer dan de begeerlijkheid is bevrucht, baart ze de zonde, en als de zonde volgroeid is, brengt ze de dood. Rom 6:21; Rom 6:23Bedriegt u niet, mijn geliefde broeders. Niet dan goede gift en volmaakte gave komt van boven, en daalt neer van den Vader der lichten, bij wien geen verandering bestaat of schaduw van wisselvalligheid. Num 23:19; Isa 46:10; Mal 3:6; Jhn 3:27Uit vrije wil heeft Hij ons door de prediking der waarheid verwekt, opdat we de eersteling zijner schepselen zouden zijn. Jhn 1:13; 1Pe 1:23; Heb 12:23Verstaat dit goed, mijn geliefde broeders! Een ieder zij vlug in het horen, maar traag in het spreken, traag in de toorn; Pro 17:27; Ecc 5:2; Ecc 7:9; Sir 5:13want ‘s mensen toorn bewerkt geen gerechtigheid Gods. Legt daarom alle onreinheid af en uitwas van boosheid, maar neemt met zachtmoedigheid het woord in u op, dat op u is geënt, en dat uw zielen kan redden. Rom 1:16; Eph 4:22Weest werkers van het woord, en niet hoorders alleen; anders bedriegt gij uzelf. Mat 7:21; Luk 11:28; Rom 2:13Immers, wanneer iemand het woord aanhoort, maar er zich niet naar gedraagt, dan gelijkt hij op een man, die zijn gelaat, door de natuur hem geschonken, in een spiegel beziet; want als hij toegekeken heeft en heen is gegaan, is hij aanstonds vergeten, hoe hij er uitzag. Maar hij, die met volle aandacht de volmaakte wet der vrijheid beschouwt, en zich er ook naar gedraagt, —geen vergeetachtig hoorder, maar een man van de daad, —hij zal zalig worden door zijn werken. Jhn 13:17; 2Co 3:18Zo iemand vroom meent te zijn, maar zijn tong niet beteugelt, dan bedriegt hij zichzelf, en zijn vroomheid is ijdel. Psa 34:13; Psa 39:1; 1Pe 3:10Reine en vlekkeloze vroomheid in de ogen van God en den Vader is deze: zorg te dragen voor wezen en weduwen in hun rampspoed, en zich onbesmet van de wereld te houden.Isa 1:16; Jas 2:17