Psa Psalmen, psalm Het boek Psalmen, psalm 71
Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh; Laat mij toch nooit beschaamd komen staan. Psa 31:1Bevrijd en verlos mij door uw genade, Hoor mij aan, en kom mij te hulp. Wees mij een veilige, altijd toegankelijke rots; Gewaardig U, mij te helpen, want Gij zijt mijn toevlucht en schuts! Mat 4:6; Luk 4:10Mijn God, red mij uit de hand van den boze, Uit de vuist van tyran en verdrukker. Psa 91:14Want Gij, o Heer, zijt mijn hoop, Van kindsbeen af mijn vertrouwen, o Jahweh; Heb 2:13Ik steunde op U van de moederschoot af, Reeds vóór mijn geboorte waart Gij mijn beschermer. In U heb ik altijd gejubeld, Deu 10:21; Psa 22:9Zodat ik velen een voorbeeld kon zijn. Gij zijt mijn machtige toevlucht geweest, Ezk 12:6; Ezk 24:27Mijn mond bleef vervuld van uw lof; Zo heb ik uw glorie bezongen, Uw heerlijkheid iedere dag! Psa 51:15Verstoot mij niet, nu ik oud ben; Verlaat mij niet, nu de kracht mij ontzinkt. Psa 69:3; Isa 46:4Want mijn vijanden houden al beraad over mij, En die mijn leven belagen, smeden samen hun plannen. Ze zeggen: “God heeft hem verlaten; vervolgt en grijpt hem; Want er is niemand, die hem kan redden!” O God, blijf niet ver van mij af; Mijn God, kom mij spoedig te hulp! Psa 70:1Laat schaamte en schande hen treffen, Die mijn leven belagen; Hoon en smaad hen bedekken, Die mijn ongeluk zoeken. Psa 35:4Maar ìk wil standvastig vertrouwen, En al uw glorie blijven verkonden: Mijn mond zal uw gerechtigheid melden, En altijd uw heil, want ik ken er geen maat van; Ik zal de machtige daden des Heren verhalen, Jahweh, uw gerechtigheid roemen, de uwe alleen! Gij hebt mij van jongsaf geleid, o mijn God, En tot nu toe heb ik uw wonderen verkondigd; Psa 77:11Wil mij ook thans, nu ik oud ben en grijs, Toch nimmer verlaten, o God; Dan zal ik dit geslacht uw arm doen kennen, Heel het komend geslacht uw kracht. Isa 46:4Uw rechtvaardigheid reikt tot de hemel, o God; Want Gij hebt grote dingen gedaan: wie is U gelijk, o mijn God! Exo 15:11; Rev 17:14Wel liet Gij mij veel smarten en rampen verduren, Maar Gij zult mij nu doen herleven, Psa 68:22Mij optrekken uit de diepten der aarde, Nog meer mij verhogen, en troosten. Deu 32:39Dan zal ik op harpen U danken voor uw trouw, o mijn God; U, Israëls Heilige, op de citer bezingen. Psa 89:18; Psa 150:3Mijn lippen zullen bij mijn lofzangen jubelen, Met mijn ziel, die Gij hebt verlost; Ook mijn tong zal iedere dag uw rechtvaardigheid melden, Als schaamte en schande hen treffen, die mijn ongeluk zochten!