Waarin wij geloven
Wij belijden de Apostolische Geloofsbelijdenis als belijdenis van ons geloof, en hierop staan wij in onze dienst:
Ik geloof in God de Vader, de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde,
en in Jezus Christus,
Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere,
die ontvangen is van de Heilige Geest,
geboren uit de maagd Maria,
die geleden heeft onder Pontius Pilatus,
is gekruisigd, gestorven en begraven,
nedergedaald ter helle,
ten derde dage wederom opgestaan van de doden,
opgevaren ten hemel,
zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders,
vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in de Heilige Geest,
een heilige, algemene, christelijke kerk,
de gemeenschap der heiligen,
vergeving der zonden,
wederopstanding des vleses
en een eeuwig leven.
Amen.
(De Apostolische Geloofsbelijdenis)
Tegenwoordig geloven sommige mensen die zich christen noemen niet altijd hetzelfde als wij. Daarom leggen wij hier uit hoe wij deze belijdenis begrijpen.
De Drie-eenheid
Wij geloven dat er maar één God is, en deze God bestaat in drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
De Drie-eenheid is voor ons in veel opzichten een groot geheim. Maar tegelijk is zij een nauwkeurige samenvatting van veel bijbelse waarheden over het wezen van onze wonderbare en buitengewone God.
God de Vader
Wij geloven in God de Vader, de Almachtige,
Schepper van hemel en aarde.
Er is één ware God — de God in wie christenen geloven. De goden van andere religies zijn bedriegers, afgoden, valse goden. God is de enige ware God, en Hij heeft de macht om te scheppen, te vernietigen en te redden.
en alle volkeren der aarde weten, dat Jahweh God is en anders geen.
Want Gij zijt groot, Gij doet wonderen; Waarachtig, Gij alleen zijt God!
Ach Jahweh, onze God, red ons nu uit zijn handen, opdat alle koninkrijken der aarde erkennen, dat Gij alleen God zijt, o Jahweh!
Want het is dezelfde God, die de besnedenen rechtvaardig zal maken door het geloof, maar ook de onbesnedenen door het geloof.
Ge gelooft, dat er slechts één God bestaat? Ge doet wèl; maar ook de duivels geloven het…, en sidderen!”
Er is maar één God. Dat gold in de dagen van het Oude Testament. Het gold in de dagen van het Nieuwe Testament. Het gold in de eerste eeuwen van de kerk. Het geldt ook nu.
In de wereld van vandaag bestaan naast het christendom veel andere religies — hindoeïsme, sjintoïsme, heidendom, zwarte magie, islam, jodendom, allerlei stamgeloven, enzovoort. Maar hun goden zijn niets anders dan afgoden. Sommige mensen aanbidden demonen. Sommigen vereren de geschapen wereld. En sommigen aanbidden de voortbrengselen van hun eigen verbeelding. De Bijbel zegt dat alleen de christelijke God werkelijk God is; alleen de christelijke God zal de wereld oordelen; en alleen de christelijke God heeft de macht om ons te redden.
De macht van de Vader kent geen grenzen, want Hij heeft de kracht en het vermogen om alles te doen wat Hij wil. Zijn macht heeft geen weerga, want Hij is de Enige die zo’n macht heeft, en maar één God is almachtig.
Wij geloven dat onze God de Schepper is van hemel en aarde, dat God alleen het heelal heeft geschapen. En God alleen blijft aan alles wat bestaat het leven geven en houdt de wereld in stand die Hij gemaakt heeft.
Hoewel de Vader de leidende rol heeft bij het scheppen en in stand houden van hemel en aarde, zien wij in de Schrift dat de hele Drie-eenheid aan deze werken deelneemt. De Zoon was het middel, of het werktuig, waardoor de Vader de wereld schiep en waardoor Hij haar tot op de dag van vandaag in stand houdt. Het aandeel van de Heilige Geest in de schepping wordt in de Schrift minder duidelijk uitgedrukt.
In het begin schiep God hemel en aarde. Maar de aarde was nog ongeordend en leeg, over de wereldzee heerste duisternis, en Gods Geest zweefde over de wateren.
De woorden de Geest van God verwijzen letterlijk naar God in al Zijn Personen. Maar vanuit ons nieuwtestamentische gezichtspunt zien wij dat hier het werk van één Persoon van de Drie-eenheid — de Heilige Geest — wordt benadrukt.
Jezus Christus
Wij geloven in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere, die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle, ten derde dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Het Nieuwe Testament spreekt over Jezus als de Zoon van God en wijst daarmee op Zijn plaats in de Drie-eenheid. Het spreekt over de goddelijkheid die Jezus toekomt en over Zijn eeuwige zoonschap, dat er al was voordat Hij op aarde kwam. Jezus is de enige van eeuwigheid geboren en altijd bestaande Zoon van God.
Nu zochten de Joden nog meer Hem te doden; want Hij brak niet enkel de sabbat, maar noemde ook God zijn eigen Vader, en stelde Zich dus met God gelijk. Jesus nam dus het woord, en sprak:
Jezus was ook een volledig mens: Hij werd ontvangen van de Heilige Geest en geboren uit de maagd Maria. Zoals alle mensen na Adam en Eva begon Hij Zijn leven in de moederschoot; de zwangerschap van Maria verliep op natuurlijke wijze en eindigde op het juiste moment met de geboorte van Jezus, en ook die gebeurtenis was volkomen natuurlijk. Het bracht zelfs haar verloofde Jozef aan het twijfelen of zij hem wel trouw was gebleven, maar God toonde hem de waarheid in een droom. Zo zien wij dat het Kind Jezus op dezelfde manier ter wereld kwam als gewone mensenkinderen geboren worden.
Uit de Schrift zien wij dat Jezus heeft geleden onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven. Dit zijn gebeurtenissen die Jezus alleen kon meemaken doordat Hij werkelijk een mens was.
Terwijl Hij sterft, spreekt Jezus over Zijn “ziel” of “geest”:
Toen riep Jesus met luider stem: Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest. Na deze woorden gaf Hij de geest.
Stervend aan het kruis weet Jezus dat Zijn lichaam weliswaar in het graf wordt gelegd, maar dat Zijn menselijke geest (dat wil zeggen Zijn ziel) naar God de Vader zal gaan.
Uit de Schrift zien wij ook dat de dood van Christus de zonde betaalt, omdat Christus het offer in onze plaats werd. Jezus nam de schuld voor onze zonde op Zich en droeg de straf ervoor. Wanneer wij tot geloof in Christus komen, wordt wat Zijn dood heeft bewerkt op ons toegepast, en ontvangen wij vergeving van zonden en vrede met God.
Door Zijn opstanding heeft Jezus de dood overwonnen, en voortaan heeft de dood geen macht meer over Zijn volk. Ja, wij sterven een lichamelijke dood, maar onze zielen zijn onsterfelijk en ondergaan niet de pijnen van de dood. Bovendien betekent de opstanding van Jezus dat God ons op een dag ook opgestane lichamen zal geven — zoals Jezus ze nu heeft — die niet meer aan de dood onderworpen zijn.
Jezus is het middelpunt van ons geloof. Hij is de Heer van het heelal, het middelpunt waaromheen de hele geschiedenis van de mensheid draait. Hij is onze God, onze Hogepriester, onze Koning. En onze redding bestaat erin Hem te kennen, Hem lief te hebben en het leven te vinden in verbondenheid met Hem.
De Heilige Geest
Ik geloof in de Heilige Geest.
Sinds de vierde eeuw is de goddelijkheid van de Heilige Geest nauwelijks nog betwijfeld. Zij wordt in de Schrift duidelijk uitgesproken en is door de kerk altijd vastgehouden. Zelfs in de eerste eeuwen van het christendom werd de goddelijkheid van de Heilige Geest maar zelden in twijfel getrokken, en alleen door mensen die erop stonden dat God één Persoon is.
Er zijn passages in de Schrift waar de Heilige Geest rechtstreeks “God” wordt genoemd:
Toen sprak Petrus: Ananias, waarom heeft satan beslag gelegd op heel uw hart, dat ge den Heiligen Geest bedriegt en van de opbrengst van het landgoed iets achterhoudt? Was het niet uw eigendom, vóór het verkocht werd; en bleef ook de verkoopprijs niet te uwer beschikking? Hoe komt het, dat ge deze daad in uw hart hebt beraamd? Ge hebt geen mensen belogen, maar God.
Wanneer wij God aanbidden, erkennen en verkondigen wij de goddelijkheid van de Heilige Geest. Wij buigen ons voor Hem en dienen Hem trouw. Wij bidden tot Hem, loven Hem in liederen en vestigen de aandacht op Zijn dienst aan ons door de sacramenten en de geestelijke gaven.
De Heilige Geest is rechtstreeks en persoonlijk aanwezig in heel de schepping. Door Zijn Geest blijft God bij ons en woont Hij in ons. Door de kracht van de Geest schept God, houdt Hij in stand, doet Hij wonderen, enzovoort.
De kerk
Als mensen het woord “kerk” horen, denken de meesten aan een gebouw waar christenen samenkomen voor de eredienst. Dat kan een grote, rijk versierde kathedraal zijn. Het kan een kleine, eenvoudige kapel zijn of zelfs een voormalig pakhuis. Iemands huis, een hut of zelfs een grot waar gelovigen samenkomen kan als kerk dienen. Maar in de Bijbel betekent “de kerk” in de eerste plaats het volk van God, de heilige gemeenschap van hen die het geloof in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest belijden.
Wij geloven… in een heilige, algemene, christelijke kerk
In onze tijd zien veel christenen de noodzaak van de kerk niet in. Oprecht gelovige mensen denken vaak dat de kerk als organisatie een puur menselijke uitvinding is, die de persoonlijke relatie van de mens met God alleen maar in de weg zit. Maar de leer van de Bijbel is dat de kerk het Koninkrijk van God op aarde is, de verzameling van Zijn volk en het belangrijkste middel waardoor Hij genade geeft aan wie Hem trouw zijn. Volgens de Schrift speelt de kerk een sleutelrol bij het beginnen en bewaren van onze relatie met God.
En Ik, Ik zeg u: gij zijt Petrus; en op deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen, en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.
Omdat de kerk haar oorsprong in het Oude Testament heeft, is zij geen nieuwe instelling. Zij is hetzelfde verbondsvolk. God heeft altijd Zijn eigen volk gehad, dat in de loop van de geschiedenis met verschillende namen werd aangeduid. Wat telt, is dat de kerk altijd deel heeft uitgemaakt van Gods plan met de wereld.
Als wij zien hoe de kerk uit het Oude Testament is uitgegroeid tot het nieuwtestamentische Lichaam van Christus, is het ons duidelijk dat God haar draagt. De kerk bestaat omdat God dat wil en omdat zij Gods doelen dient. Zij is geen menselijke uitvinding en geen afwijking van de Bijbel. De kerk is de bruid van Christus en het Lichaam van Christus; zij wordt door God bemind en is apart gezet om Hem te dienen en tot Zijn eer.
Het leven van de kerk van vandaag verschilt in veel opzichten van het leven van de eerste gelovigen en van de gelovigen in de tijd dat de Apostolische Geloofsbelijdenis werd opgesteld. Maar het wezen van de kerk is niet veranderd. Zij brengt nog steeds het volk van Gods verbond samen. Zoals vroeger is zij het door God gekozen vat om het goede nieuws aan de wereld te brengen en de wereld te veranderen in het Koninkrijk van God op aarde. Wij, de kerk, zijn heilig voor de Heer. Wij zijn Zijn Koninkrijk. Wij zijn Zijn volk. In Hem zijn wij één met elkaar. En door ons handelt de Heer Zelf.
Redding
Wij houden van onze grote God — de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Wij waarderen de kerk die Hij heeft geschapen. Maar onze grootste vreugde is het goede nieuws dat wij de belofte van redding hebben. Wij zijn blij met de zekerheid dat God van ons houdt, dat Hij onze zonden vergeeft en ons een prachtige toekomst heeft bereid, zowel in deze wereld als in de komende.
Ik geloof… in vergeving der zonden
Christenen die de waarheid van de Bijbel geloven, erkennen dat een van de belangrijkste problemen die de dood van Jezus moest oplossen, het probleem van de zonde was. De zonde snijdt ons af van Gods zegeningen en brengt Gods vloek over ons. En wij kunnen dit probleem niet zelf oplossen. Als wij het over het probleem van de zonde hebben, bedoelen wij dat de zonde onze veroordeling met zich meebrengt. En als wij buiten Christus zijn, hebben wij geen middel om van de zonde of haar gevolgen af te komen.
Wie zonde bedrijft, overtreedt ook de wet; want de zonde is schennis der wet.
De zonde heeft de mensheid onder Gods vloek gebracht, onze gemeenschap met God verbroken en het ons onmogelijk gemaakt om op eigen kracht vrede met Hem te sluiten. Zij heeft ons tot eeuwige veroordeling gedoemd, en alleen God heeft het in Zijn barmhartigheid goed gevonden ons een Verlosser te sturen.
Het probleem van de zonde is werkelijk heel ernstig. De hele mensheid is veroordeeld tot verdoemenis en ondergang. Wij kunnen onszelf niet redden. Wij zijn gedoemd om Gods straf voor altijd te dragen. Wij zijn niet in staat Zijn gunst terug te winnen of onze zonde op enigerlei wijze te bedekken. Zonder Gods barmhartige vergeving hebben wij geen hoop op redding.
Want uit genade zijt gij gered door het geloof. Niet uit uzelf; Gods gave is het. Niet uit de werken, opdat niemand zou roemen;
De Vader houdt net zo veel van ons als Jezus. Het plan van onze redding was niet van Jezus, maar van de Vader. Het was de Vader die de Zoon heeft gezonden om voor ons te sterven. De liefde van de Vader voor ons is zo groot dat Hij uit vrije wil besloot Zijn Zoon op te offeren voor onze redding.
Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eengeboren Zoon heeft gegeven: opdat allen die in Hem geloven, niet verloren zouden gaan, maar het eeuwige leven zouden hebben.
De Schrift leert duidelijk dat God niet elk mens de zonden vergeeft. Sommige mensen ontvangen vergeving, anderen niet. Waarom is dat zo? Vanuit ons menselijke gezichtspunt is de reden dat vergeving meestal een element van persoonlijke verantwoordelijkheid bevat. In algemene termen: mensen die de verantwoordelijkheid nemen die op hen rust, ontvangen vergeving; wie zich aan die verantwoordelijkheid onttrekt, heeft geen vergeving.
Maar wanneer we onze zonden bekennen, dan is Hij getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid.
Wij geloven… in wederopstanding des vleses
Wij zien ook dat de Schrift duidelijk leert dat bij de wederkomst van Christus niet alleen onze zielen, maar ook onze lichamen verheerlijkt zullen worden.
Ons lichaam sterft vanwege de zonde; de lichamelijke dood is de straf voor de wetteloosheid van de mens en de zondeval. Maar het goede nieuws verkondigt de vernieuwing van ons lichaam. Het zegt dat Jezus is gekomen om de hele mens te verlossen — zowel ziel als lichaam. En deze opstanding is vol heerlijkheid. Zij is de reden van onze grote vreugde en onze triomf. Met de opstanding van onze lichamen zullen wij eindelijk de definitieve overwinning op de dood kunnen uitroepen. Wij zullen eindelijk alle zegeningen kunnen erven die God voor ons heeft bereid in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde. En wij zullen eindelijk met eigen ogen de overwinning van Jezus Christus zien.
Wij geloven… in een eeuwig leven.
Enerzijds begint het eeuwige leven voor ons op het moment dat wij wedergeboren worden. Onze geest wordt levend gemaakt en zal nooit meer sterven. Anderzijds zal het eeuwige leven pas in zijn volheid beginnen wanneer ook ons lichaam in de opstanding levend is gemaakt.
Dit is de wil van den Vader, die Mij gezonden heeft, dat wie den Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, het eeuwige leven heeft, en dat Ik hem op de jongste dag zal doen verrijzen.
In zekere zin is het juist te zeggen dat het eeuwige leven voor onze ziel al in dit leven begint, op het moment dat wij wedergeboren worden. Maar het leven in volheid zullen wij pas hebben wanneer onze lichamen op de dag van het oordeel worden opgewekt. Pas dan zal ons hele wezen levend zijn voor God. Tot die tijd hebben wij dankzij de verlossing van onze zielen slechts een voorsmaak van het eeuwige leven. Pas wanneer ook onze lichamen nieuw leven ontvangen, zullen wij dus leven zoals God het vanaf het begin heeft bedoeld.